Facebook

Toegangsplan

Toegangsplan

Contacteer de gemeentediensten

Elektronisch loket

Fixmyuccle

U bent hier: Home / Bestuur / Gemeentereglementen / Algemeen politiereglement

Algemeen politiereglement

Versie gewijzigd op 22 januari 2015

Om af te drukken of te bewaren: het algemeen politiereglement in PDF-bestand


Hoofdstuk 1 - Algemene bepalingen

Hoofdstuk 2 - Bemiddeling en gemeenschapsdienst

Hoofdstuk 3 - De openbare reinheid en gezondheid

Afdeling 1. Reinheid van de openbare ruimte

Afdeling 2. Veiligheid en hygiëne van doorgangen, trottoirs, eigendommen en hun onmiddellijke omgeving

Afdeling 3. Wateroppervlakten, waterwegen en kanaliseringen

Afdeling 4. Verwijdering van afvalstoffen

Afdeling 5. Onderhoud en schoonmaak van voertuigen

Afdeling 6. Vuur, rook en geur

Afdeling 7. Overnachtingen en kamperen

Afdeling 8. Strijd tegen schadelijke dieren

Afdeling 9. Preventiemaatregelen

Afdeling 10. Aanplakking

Afdeling 11. Sancties

Hoofdstuk 4 - Openbare veiligheid en vlotte doorgang

Afdeling 1. Samenscholingen, betogingen en optochten

Afdeling 2. Hinderlijke of gevaarlijke activiteiten op en buiten de openbare ruimte die de openbare veiligheid aantasten

Afdeling 3. Installatie van torenkranen

Afdeling 4. Privatieve bezetting van de openbare ruimte

Afdeling 5. Het gebruik van gevels van gebouwen

Afdeling 6. Algemene maatregelen ter voorkoming van de schending van de openbare veiligheid

Afdeling 7. Brandpreventie

Afdeling 8. Bijzondere bepalingen die in acht genomen moeten worden bij sneeuw, vrieskou of slecht weer

Afdeling 9. Vrijetijdsbestedingen en -plaatsen

Afdeling 10. Parkeren, verhuizingen, laden en lossen

Afdeling 11. Sancties

Hoofdstuk 5 - De openbare rust

Hoofdstuk 6 - Groene ruimtes

Hoofdstuk 7 - Dieren

Hoofdstuk 8 - Gemengde inbreuken betreffende stilstaan en parkeren

Hoofdstuk 8 bis - Gemengde inbreuken andere dan betreffende stilstaan en parkeren

Hoofdstuk 9 - Uitvoering en sancties van burgerrechtelijke bepalingen

Hoofdstuk 10 - Plaatsverbod

Hoofdstuk 11 - Ambulante handel, kermissen en foren

Hoofdstuk 12 - Eindbepaling

Hoofdstuk 1 - Algemene bepalingen

Art. 1. Voor de toepassing van het onderhavige reglement wordt onder "openbare ruimte" verstaan:

elke weg die open staat voor het verkeer van het publiek in het algemeen, zelfs indien de grond privé-eigendom is en ongeacht zijn voorkomen;

de parken, openbare tuinen, speelpleinen en speelterreinen.

Art. 2. §1. De in het onderhavige reglement bedoelde vergunningen worden precair en herroepbaar afgeleverd in de vorm van een persoonlijke en onoverdraagbare titel die de gemeente niet aansprakelijk stelt.

Ze kunnen op elk moment ingetrokken worden wanneer het algemeen belang dit vereist.

Ze kunnen ook geschorst of ingetrokken worden door het college van burgemeester en sche- penen wanneer de houder ervan een overtreding begaat tegen het onderhavige reglement, zonder dat de begunstigde aanspraak kan maken op een vergoeding.

§2. De begunstigden moeten zich strikt houden aan de voorschriften van de vergunningsakte en erover waken dat het voorwerp ervan geen schade kan berokkenen aan anderen noch de openbare veiligheid, rust, gezondheid of reinheid in gevaar kan brengen.

De gemeente is niet aansprakelijk voor schade die kan voortvloeien uit de al dan niet foutieve uitoefening van de activiteit waarvoor de vergunning werd gegeven.

§3. Wanneer de vergunningsakte betrekking heeft op:

  • een activiteit of een evenement in een voor het publiek toegankelijke plaats, moet deze zich op de betrokken plaats bevinden;
  • een activiteit in de openbare ruimte of een bezetting ervan, moet de begunstigde deze vergunning tijdens de activiteit of de bezetting bij zich hebben.

In de beide gevallen moet de vergunning op elk verzoek van de politie of elke andere gemachtigde persoon getoond worden.

Art. 3. Wanneer de openbare veiligheid, reinheid, gezondheid of rust in gevaar komt door bepaalde situaties die hun oorsprong hebben in privé-eigendommen, kan de burgemeester de nodige besluiten nemen.

De eigenaars, huurders, bezetters of zij die er op één of andere manier verantwoordelijk voor zijn, moeten zich ernaar schikken.

In geval van weigering of vertraging in de uitvoering van de in de voornoemde besluiten voorgeschreven maatregelen en indien het onmogelijk is deze aan de betrokkenen te betekenen, kan de burgemeester ambtshalve overgaan tot de uitvoering, op risico van de partijen die in gebreke blijven, die solidair de kosten moeten dragen.

De persoon die de bepalingen van een besluit van de burgemeester overtreedt, zal bestraft worden met een boete van maximaal € 350 per vastgestelde inbreuk.

Art. 4. Ieder die de voorschriften van de bepalingen van het onderhavige reglement niet naleeft, is burgerlijk aansprakelijk voor de schade die hieruit kan voortvloeien.

De gemeente is niet aansprakelijk voor schade die zou kunnen voortvloeien uit het gebrek aan het in acht nemen van de bepalingen van het onderhavige reglement.

Art. 5. §1. Ieder moet zich onmiddellijk schikken naar de verzoeken of bevelen van de politieagent of elke andere gemachtigde persoon met het oog op de naleving van wetten, reglementen en besluiten en voor:

  1. het behoud van de openbare veiligheid, rust, reinheid of gezondheid;
  2. de vereenvoudiging van de taken van de hulpdiensten en de bijstand aan mensen in gevaar.

Deze verplichting is eveneens van toepassing op de personen die zich in een privé-eigendom bevinden, wanneer de politieagent of elke andere gemachtigde persoon er binnengegaan is op verzoek van de bewoners of in geval van brand, overstroming of een hulpoproep of met het oog op de naleving van wetten, reglementen of besluiten.

§2. Het is verboden om gebrek aan respect te hebben of zich agressief te gedragen, door woorden of daden, tegenover politieagenten of elke andere gemachtigde persoon met het oog op de naleving van wetten en reglementen.

§3. Ieder die de bepalingen van het onderhavige artikel overtreedt, zal bestraft worden met een administratieve boete van maximaal € 350.

De administratieve boete mag echter nooit hoger zijn dan 175 euro indien de feiten werden gepleegd door minderjarigen die op het ogenblik van de feiten de volle leeftijd van 14 jaar bereikt hebben.

Art. 6. §1. De inbreuken op het onderhavige algemeen politiereglement kunnen het onderwerp uitmaken van een procedure gemeentelijke administratieve sanctie ten laste van zowel meerderjarige personen als minderjarigen die op het ogenblik van de feiten de volle leeftijd van 14 jaar bereikt hebben.

§2. De sanctionerende ambtenaar is de persoon die door de gemeenteraad werd aangesteld om een administratieve boete op te leggen in geval van een inbreuk en in de in het onderhavige reglement voorziene gevallen.

De sanctionerende ambtenaar is bevoegd om de brieven ter kennisgeving van zijn beslissingen en elke briefwisseling inzake de procedure van de administratieve sanctie te ondertekenen.

§3. De beslissing van de sanctionerende ambtenaar wordt genomen binnen een termijn van zes maanden.

In afwijking van alinea 1 wordt de beslissing van de sanctionerende ambtenaar genomen binnen een termijn van twaalf maanden en ter kennis gebracht van de betrokkenen indien er een beroep wordt gedaan op een gemeenschapsdienst en/of een bemiddeling.

Deze termijnen vangen aan op de dag van de vaststelling van de feiten.

Na de verstrijking van deze termijnen kan de sanctionerende ambtenaar geen administratieve boete meer opleggen.

§4. De voorgeschreven administratieve boetes in het onderhavige reglement worden verhoogd in geval van herhaling binnen de 24 maanden na de oplegging van een administratieve boete. Deze boetes mogen echter nooit meer dan € 350 bedragen indien de overtreder meerderjarig is en € 175 indien het gaat om minderjarigen die op het ogenblik van de feiten de volle leeftijd van 14 jaar bereikt hebben.

De duur van de administratieve sancties, goedgekeurd door het college van burgemeester en schepenen en voorgeschreven door het onderhavige reglement, kan verlengd worden in geval van herhaling binnen de 24 maanden die volgen op de oplegging van de sanctie.

§5. Bij gebrek aan de betaling van een administratieve boete kunnen de bezittingen van de overtreder in beslag genomen worden en kan er, na een dwangbevel van een deurwaarder, bewarend beslag gelegd worden op zijn bezittingen, zoals de plaatsing van een wielklem op zijn voertuig.

Hoofdstuk 2 - Bemiddeling en gemeenschapsdienst

Art. 7. Indien een inbreuk op het onderhavige reglement het onderwerp kan uitmaken van een administratieve boete, kan de sanctionerende ambtenaar beslissen om aan de overtreder een bemiddelingsprocedure voor te stellen, in dezelfde hoedanigheid als een gemeenschapsdienst, als alternatief voor de boete.

Hij is verplicht een bemiddelingsprocedure voor te stellen indien de overtreder een minderjarige is die de leeftijd van 14 jaar bereikt heeft. De lokale bemiddelingsprocedure is een middel om, dankzij de tussenkomst van een bemiddelaar, aan de overtreder de kans te bieden de veroorzaakte schade te herstellen of te vergoeden of om het conflict bij te leggen. De bemiddeling moet uitgevoerd worden binnen een termijn van één jaar vanaf de pleging van de feiten.

De lokale bemiddelingsdienst, genaamd de GAS-bemiddelingsdienst (gemeentelijke administratieve sancties), zorgt voor de omkadering van de procedure inzake lokale bemiddeling en gemeenschapsdienst en staat de sanctionerende ambtenaar bij in de toepassing van deze procedures.

De gemeenschapsdienst mag niet langer duren dan 30 uren indien de overtreder meerderjarig is en 15 uren indien de overtreder een minderjarige is die de leeftijd van 14 jaar bereikt heeft.

De dienst moet uitgevoerd worden binnen een termijn van 6 maanden vanaf de datum van de kennisgeving van de beslissing van de sanctionerende ambtenaar indien deze dienst plaatsvindt buiten het kader van de bemiddeling.

Art. 8. Indien de overtreder een minderjarige is die de leeftijd van 14 jaar bereikt heeft, wordt een procedure van ouderlijke betrokkenheid voorzien, voorafgaand aan het aanbod tot bemiddeling, tot gemeenschapsdienst of desgevallend de oplegging van een administratieve boete.

In het kader van deze procedure informeert de sanctionerende ambtenaar de vader en moeder, de voogd of de personen die de hoede hebben over de minderjarige, over de vastgestelde feiten en verzoekt hij hen om hun mondelinge of schriftelijke opmerkingen over deze feiten mee te delen en de eventueel te nemen opvoedkundige maatregelen. Hij kan hiertoe een ontmoeting vragen met de vader en moeder, de voogd of de personen die de minderjarige onder hun hoede hebben en deze laatste.

Na de in de vorige alinea bedoelde opmerkingen te hebben ontvangen en/of de minderjarige overtreder, zijn vader en moeder, zijn voogd of de personen die er de hoede over uitoefenen te hebben ontmoet, en indien hij tevreden is over de opvoedkundige maatregelen die door deze laatsten werden voorgesteld, kan de sanctionerende ambtenaar de zaak in deze fase afsluiten ofwel de administratieve procedure opstarten.

Art. 9. Wanneer een minderjarige verdacht wordt van een inbreuk die bestraft wordt met de administratieve boete en de administratieve procedure in gang werd gezet, brengt de overheid die bevoegd is om de sanctie op te leggen de stafhouder van de orde van advocaten hiervan op de hoogte zodat ervoor gezorgd wordt dat de betrokkene bijgestaan kan worden door een advocaat.

Naast de advocaat mogen de vader en moeder, de voogd of de personen die de minderjarige onder hun hoede hebben de minderjarige begeleiden tijdens de bemiddeling en de gemeenschapsdienst.

Art. 10. Wanneer de sanctionerende ambtenaar het welslagen van de bemiddeling of de gemeenschapsdienst vaststelt, kan hij geen administratieve boete meer opleggen.

In geval van weigering van het aanbod of het falen van de bemiddeling kan de sanctionerende ambtenaar een gemeenschapsdienst voorstellen ofwel een administratieve boete opleggen.

Hoofdstuk 3 - De openbare reinheid en gezondheid

Afdeling 1. Reinheid van de openbare ruimte

Art. 11. §1. Het is verboden, om het even welke manier, door eigen toedoen of door toedoen van personen, dieren of zaken waarover men het toezicht of het zeggenschap heeft, de volgende zaken te bevuilen:

  1. elk voorwerp van algemeen nut of ter versiering van de openbare ruimte;
  2. elk onderdeel van het stadsmeubilair en elke plaats van de openbare ruimte;
  3. de galerijen en doorgangen op privégrond die voor het publiek toegankelijk zijn;
  4. de openbare gebouwen en privé-eigendommen, met inbegrip van gevels, muurtjes, hekken en andere bouwelementen die aan de openbare ruimte grenzen;
  5. voertuigen van derden.

§2. De personen die het toezicht of het zeggenschap hebben over een hond moeten de uit- werpselen ervan op de gepaste wijze opruimen in de openbare ruimte, met inbegrip van squares, parken, groene ruimtes van de straten en openbare tuinen, met uitzondering van uitwerpselen die achtergelaten worden op de speciaal hiervoor ingerichte plaatsen (de "hondentoiletten"). De meester of hoeder van het dier moet steeds een zakje of een gelijkaardig voorwerp bij zich hebben om de uitwerpselen in vuilnisbakken te kunnen gooien langs de openbare weg of op de plaats waar het dier wordt uitgelaten. Dit zakje of gelijkaardig voorwerp moet op vraag van een gemachtigde persoon of de politie getoond worden.

§3. Ieder die de bovenvermelde bepalingen heeft overtreden, moet onmiddellijk zorgen voor de schoonmaak. Zo niet zal de gemeente dit doen op kosten en op risico van de overtreder.

Art. 12. §1. De verkopers van voedingsproducten dienen het nodige te doen opdat hun klanten de openbare ruimte in de omgeving van hun handelszaak niet bevuilen. Ze moeten op eigen kosten ter hoogte van de verkoopplaats voldoende vuilnisbakken plaatsen die goedgekeurd zijn door de dienst Openbare Reinheid.

§2. De horecaondernemingen (hotels, restaurant en cafés) moeten bovendien op hun kosten op de gevel van hun inrichting een asbak aanbrengen die goedgekeurd moet worden door de gemeente.

Art. 13. Het is verboden te urineren of zijn behoefte te doen op de openbare ruimte en in openbare plaatsen en parken, galerijen en doorgangen op privégrond die voor het publiek toegankelijk zijn, elders dan de hiervoor ingerichte plaatsen. Het is verboden te spuwen op elke openbare of voor het publiek toegankelijke plaats. Het is verboden op elke plaats van de openbare ruimte sigarettenpeuken te gooien of asbakken leeg te maken.

Afdeling 2. Veiligheid en hygiëne van doorgangen, trottoirs, eigendommen en hun onmiddellijke omgeving

Art. 14. §1. De doorgangen, trottoirs en bermen van al dan niet bewoonde gebouwen, evenals gevels, scheidingsmuurtjes, hekken en bouwelementen die aan de openbare ruimte grenzen, moeten onderhouden en in goede staat gehouden worden.

Deze verplichting berust:

  • voor bezette woongebouwen: op eigenaars, conciërges, syndici, verantwoordelijken van raden van beheer, personen die speciaal belast zijn met het dagelijks onderhoud van de plaatsen of deze, aangeduid door een huishoudelijk reglement; bij ontstentenis van de voornoemde personen zal de verplichting solidair ten laste vallen van de bezetters;
  • voor gebouwen zonder woonfunctie: op eigenaars, conciërges, portiers, bewakers of personen die belast zijn met het dagelijks onderhoud van de plaatsen; bij gebrek eraan op de huurders of bezetters;
  • voor leegstaande gebouwen of onbebouwde terreinen: op elke houder van een zakelijk recht op het gebouw, op de huurders of bezetters.

Deze verplichting omvat onder andere:

  • de verwijdering van tags en graffiti;
  • het bijeenvegen van dode bladeren op het trottoir;
  • de verwijdering van onkruid en wilde begroeiing;
  • het onderhoud van de grondvierkanten aan de voet van bomen die zich op het trottoir bevinden;
  • het onderhoud van de grasstroken in de trottoirs;
  • het in goede staat houden van trottoirs en bermen.

§2. Dezelfde personen moeten de niet-betegelde gedeeltes van trottoirs in een perfecte staat van nivellering en reinheid behouden door de noodzakelijke inrichtingen te voorzien en door vegetatie en vuilnis te verwijderen.

Trottoirs en bermen mogen enkel proper gemaakt worden op de meest aangewezen tijdstip- pen om de veilige en gemakkelijke doorgang en de openbare rust niet in gevaar te brengen.

Onder voetpad verstaat men de doorgaans ten opzichte van de rijweg verhoogde berm die langs de rooilijn gelegen is en voor voetgangers is bestemd. De berm is de ruimte of het gedeelte van de weg dat niet in de rijweg is begrepen.

§3. Het is verboden voor aannemers van bouwwerken en vervoerders de openbare weg in de omgeving van hun werven of laad- en losplaatsen te belemmeren met voorwerpen of vuil.

Dit verbod is eveneens van toepassing op de opdrachtgevers van deze aannemers. Onverminderd de toepassing van een administratieve boete van maximaal € 350 moet degene die deze bepaling overtreedt, de zaken onmiddellijk in orde brengen; zo niet houdt de gemeente zich het recht voor dit te doen op kosten en op risico van de overtreder.

Art. 14bis. Het is verboden in gebouwen huisvuil op te hopen. De personen, bedoeld in alinea 2 van artikel 14, moeten dit afval verwijderen op het eerste verzoek van de politie. Bij gebrek hieraan zal de overheid dit ambtshalve uitvoeren op kosten en op risico van de overtreder.

Art. 15. De goede staat van onbebouwde terreinen, onbebouwde gedeeltes van eigendom- men en gebouwen die opgetrokken zijn of worden, moet steeds verzekerd zijn door de persoon, bedoeld in artikel 14 §1., wat inhoudt dat het verboden is om hinderlijke of schadelijke goederen of voorwerpen die de openbare veiligheid of gezondheid kunnen schaden, achter te laten, neer te plaatsen, op te hangen of te laten staan.

Het is verboden om puin en afval neer te leggen op de terreinen en gedeeltes van eigendommen, bedoeld in de vorige alinea.

Afdeling 3. Wateroppervlakten, waterwegen en kanaliseringen

Art. 16. Het is verboden de leidingen voor de afvoer van regen- of afvalwater te versperren.

Art. 17. Behalve met de voorafgaande toelating is het verboden om de riolen in de openbare ruimte te ontstoppen, schoon te maken, te herstellen of er aansluitingen op aan te brengen.

Dit verbod is niet van toepassing op de vrijmaking van kolken indien de minste vertraging schade zou kunnen berokkenen aan de aangrenzende eigendommen en voor zover er niets gedemonteerd of uitgegraven wordt.

Art. 18. Het is verboden water van gelijk welke aard, afkomstig van al dan niet bebouwde eigendommen, op de openbare ruimte te laten afvloeien, behalve met de toelating van het college van burgemeester en schepenen.

Het regenwater moet, indien dat technisch mogelijk is, rechtstreeks van het dak van een woning naar een riool, een bezinkput of - via een waterafvoerbuis - naar de straatgoot worden geleid.

Art. 19. Het is verboden het ijs op stilstaand water en waterwegen, riolen en rioolkolken te vervuilen door er voorwerpen, gelijk welke vloeistoffen of dode of levende dieren op te werpen of in te gieten.

Art. 20. Het is verboden te baden in rivieren, kanalen, vijvers, bekkens, fonteinen, er dieren in te laten baden of er eender wat in te gooien, te wassen of onder te dompelen.

Afdeling 4. Verwijdering van afvalstoffen

Art. 21. Het gebruik van containers die door het gemeentebestuur of met diens goedkeuring op het openbaar domein worden geplaatst, is strikt voorbehouden aan de personen en de voorwerpen die door het bestuur werden bepaald. Het is verboden er andere voorwerpen of ander afval in te gooien.

Het is eveneens verboden in de openbare vuilnisbakken huishoudelijk afval te gooien dat niet afkomstig is van een onmiddellijke consumptie op de openbare weg, eveneens assen en puin.

De door de gemeente voorbehouden plaatsen voor groenafval zijn enkel voorbehouden aan de bewoners van de gemeente of van de eventueel geassocieerde gemeentes.

Het storten van groenafval door beroepstuiniers is er verboden. Onder groenafval wordt verstaan: het afval afkomstig van het onderhoud van tuinen en groene ruimten of composteerbaar of biologisch afbreekbaar huishoudelijk afval, met uitzondering van recycleerbaar afval waarvoor collectieve ophalingen georganiseerd worden.

Art. 22. De natuurlijke personen of rechtspersonen die een overeenkomst hebben afgesloten met een maatschappij voor de verwijdering van hun afval, uitgezonderd huishoudelijk afval, moeten in deze overeenkomst de dag en het tijdstip van de ophaling vermelden. Ze dienen er eveneens over te waken dat de zakken of vuilnisbakken met dit afval geen bron van hinder of vervuiling kunnen vormen en geen dieren kunnen aantrekken.

Wanneer de in de eerste alinea bedoelde ophaling 's morgens plaatsvindt, dienen de zakken te worden klaargezet op de vooravond van de ophaling na 18 uur of de dag zelf, vóór de komst van de vrachtwagen. Wanneer de ophaling 's avonds plaatsvindt, dienen de zakken of vuilnisbakken te worden klaargezet de dag zelf na 18 uur en vóór de komst van de vracht- wagen.

Het gemeentebestuur kan de voorziene tijdstippen voor de plaatsing van zakken of vuilnisbakken met afval, voorzien in alinea 2 van het onderhavige artikel, wijzigen wanneer deze in strijd zijn met de voorschriften inzake veiligheid, rust, reinheid en openbare gezondheid.

Afdeling 5. Onderhoud en schoonmaak van voertuigen

Art. 23. Het is verboden om op de openbare ruimte voertuigen of onderdelen van deze voer- tuigen te onderhouden, te smeren, de olie ervan te verversen of deze te herstellen, met uit- zondering van herstellingen van defecten die zich net hebben voorgedaan, voor zover het om zeer beperkte herstellingen gaat om het voertuig in staat te stellen zijn weg verder te zetten of weggesleept te worden.

Het wassen van voertuigen, met uitzondering van voertuigen voor het al dan niet bezoldigd goederenvervoer of gezamenlijk vervoer van personen, is toegelaten op de openbare ruimte op de tijdstippen van de dag die het best verenigbaar zijn met een veilige en gemakkelijke doorgang en de openbare rust. Dit mag in geen geval tussen 22 uur en 7 uur gebeuren.

Het wassen en schoonmaken mag enkel plaatsvinden voor het gebouw waar de eigenaar van het voertuig woont of voor zijn garage.

De producten en het gereedschap voor het herstellen of wassen van het voertuig moeten zorgvuldig geplaatst worden zodat de doorgang van voetgangers en weggebruikers niet gehinderd wordt.

Afdeling 6. Vuur, rook en geur

Art. 24. Het is verboden de buurt te storen met rook, geuren of uitwasemingen van om het even welke aard, met stof of projectielen van om het even welke aard. De verantwoordelijke zal onmiddellijk de maatregelen nemen die voorgeschreven zijn door de bevoegde overheid.

Onverminderd de 1ste alinea zijn barbecues in tuinen en terrassen toegelaten, enkel indien er gebruik gemaakt wordt van vaste of verplaatsbare barbecuestellen.

Behalve met de toelating van de bevoegde overheid is het eveneens verboden vuur te maken buiten gebouwen en elk afval in de open lucht te verbranden, met inbegrip van groenafval zoals bedoeld in artikel 21 van het onderhavige reglement. Elk voertuig of elke aanhangwagen, beladen met afval dat voor rotting vatbaar is, moet onmiddellijk worden voorzien van een dekzeil zodat het afval aan het zicht onttrokken wordt, geen geurhinder veroorzaakt en zich niet kan verspreiden.

Afdeling 7. Overnachtingen en kamperen

Art. 25. Behalve met de toelating is het op het hele grondgebied van de gemeente en op elke plaats van de openbare ruimte verboden langer dan 24 uur achtereen te verblijven of te slapen in een wagen, een caravan of een daartoe ingericht voertuig, of er te kamperen.

Zonder de voorafgaande en schriftelijke toelating van de bevoegde overheid mogen nomaden, kermisexploitanten of reizigers op doortocht met hun wagen, kermiswagens of caravans niet op het grondgebied van de gemeente verblijven.

Behalve met de toelating is het eveneens verboden meer dan 24 uur achtereen op een privéterrein te verblijven in een mobiel onderkomen zoals een woonaanhangwagen, een caravan of een motorhome.

Het college van burgemeester en schepenen kan de administratieve schorsing of de administratieve intrekking van de toelating uitspreken als de houder de daaraan verbonden voorwaarden niet naleeft.

Afdeling 8. Strijd tegen schadelijke dieren

Art. 26. Het is verboden in de openbare ruimte gelijk welk voedsel voor zwerfdieren of vogels achter te laten, neer te leggen of te gooien, met uitzondering van voedsel voor vogels bij vriestemperaturen, voor zover dit de gezondheid of de rust van de buurt niet in gevaar kan brengen.

De eigenaars, beheerders of huurders van gebouwen moeten de plaatsen waar rond- zwervende dieren of duiven zich kunnen nestelen, permanent afschermen en vuile gebouwen laten schoonmaken en ontsmetten.

Afdeling 9. Preventiemaatregelen

Art. 27. De toegang tot cabines, douches of zwembaden en sportcomplexen die voor het pu- bliek toegankelijk zijn, is verboden voor mensen die:

  1. duidelijk niet zindelijk zijn;
  2. met ongedierte besmet zijn;
  3. aan een besmettelijke ziekte lijden of een wonde hebben die nog niet genezen of met een verband bedekt is, ofwel die een huidziekte hebben die met uitslag gepaard gaat.

Art. 28. Het is verboden mensen die aan een besmettelijke ziekte lijden met een ander ver- voermiddel dan een speciale ziekenwagen te vervoeren of te laten vervoeren.

Afdeling 10. Aanplakking

Art. 29. §1. Onverminderd de bepalingen van het Gewestelijk Stedenbouwkundig Reglement is het verboden affiches, pamfletten, vlugschriften, pijlen of zelfklevers aan te brengen of te laten aanbrengen in de openbare ruimte en op haar aanhorigheden zoals het stadsmeubilair, inclusief op bomen, planten, borden, topgevels, gevels, muren, afsluitingen, steunen, palen, paaltjes, metselwerk, monumenten en andere voorwerpen die zich langs de openbare weg of in de onmiddellijke omgeving ervan bevinden zonder de voorafgaande toelating, of zonder zich te schikken naar de bepalingen die de burgemeester in de vergunningsakte heeft vast- gesteld.

Het college van burgemeester en schepenen kan de administratieve schorsing of de administratieve intrekking van de toelating uitspreken als de houder de daaraan verbonden voorwaarden niet naleeft.

§2. Onverminderd de politieverordeningen van de gouverneur van het administratief arrondissement van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest kunnen de verkiezingsaffiches op de door het college van burgemeester en schepenen aangeduide plaatsen aangebracht worden, volgens de voorwaarden die dit college bepaalt.

§3. Alle middelen, bedoeld in §1, die in strijd met het onderhavige reglement aangeplakt worden, zullen ambtshalve verwijderd worden door de gemachtigde personen of door de politie, op kosten en op risico van de overtreder.

Art. 30. Met uitzondering van de gevallen, bedoeld in 29§3, is het verboden reeds aangebrachte affiches of zelfklevers te bevuilen, te bedekken, te beschadigen of te vernielen, ongeacht deze al dan niet met de toelating van de overheid werden aangebracht.

Afdeling 11. Sancties

Art. 31. Onverminderd de eventuele administratieve sanctie van het college van burgemees- ter en schepenen in de in het onderhavige hoofdstuk voorziene gevallen wordt ieder die de bepalingen van het onderhavige hoofdstuk overtreedt, bestraft met een administratieve boete van maximaal € 350.

De administratieve boete mag echter nooit hoger zijn dan 175 euro indien de feiten werden gepleegd door minderjarigen die op het ogenblik van de feiten de volle leeftijd van 14 jaar bereikt hebben.

Hoofdstuk 4 - Openbare veiligheid en vlotte doorgang

Afdeling 1. Samenscholingen, betogingen en optochten

Art. 32. Behalve met de in het volgende artikel bedoelde toelating is het verboden op de openbare ruimte samenscholingen, die het verkeer van voertuigen of voetgangers kunnen hinderen, te organiseren of eraan deel te nemen.

Art. 33. Elke samenscholing, betoging, animatie of optocht - van om het even welke aard - in de openbare ruimte of in galerijen en doorgangen op privégrond die voor het publiek toegankelijk zijn, is onderworpen aan de voorafgaande toelating van de burgemeester.

De toelatingsaanvraag moet minstens tien werkdagen vóór de voorziene datum schriftelijk naar de burgemeester opgestuurd worden en moet de volgende elementen bevatten:

  • de naam, het adres en het telefoon- en faxnummer van de organisator(en);
  • het onderwerp van het evenement;
  • de datum en het tijdstip, voorzien voor de bijeenkomst;
  • de verzamelplaats;
  • het vertrekuur;
  • de geplande route;
  • de voorziene plaats en het tijdstip van het einde van het evenement en, desgevallend, de ontbinding van de optocht;
  • of er aan het einde van het evenement al dan niet een meeting wordt gehouden;
  • de schatting van het aantal deelnemers en de beschikbare vervoersmiddelen;
  • de ordemaatregelen die de organisatoren zullen voorzien

Het college van burgemeester en schepenen kan de administratieve schorsing of de administratieve intrekking van de toelating uitspreken als de houder de daaraan verbonden voorwaarden niet naleeft.

Art. 33bis. Het is verboden zich vermomd op de openbare weg of in de voor het publiek toegankelijke plaatsen te begeven, uitgezonderd:

  • op Vastenavond, de zondag die eraan voorafgaat, de zondag die erop volgt en de zondag van halfvasten;
  • de deelnemers van toegelaten historische, folkloristische of carnavaleske optochten;
  • optochten en festiviteiten rond the thema Halloween die op voorhand door de bevoegde overheid werden toegelaten;
  • de gemaskerde, vermomde of verklede bals, toegelaten door de bevoegde overheid.

Afdeling 2. Hinderlijke of gevaarlijke activiteiten op en buiten de openbare ruimte die de openbare veiligheid aantasten

Art. 34. Het is verboden in de openbare ruimte, in voor het publiek toegankelijke plaatsen en in privé-eigendommen activiteiten te organiseren die de openbare veiligheid of de veilige en vlotte doorgang in gevaar kunnen brengen, zoals:

  1. voorwerpen van gelijk welke aard gooien, stoten of lanceren, behalve met de voorafgaande toelating van de burgemeester; deze bepaling is niet van toepassing op sportdisciplines en spelen die in aangepaste installaties worden verricht, noch op darts of jeu-de-boules op plaatsen buiten de openbare ruimte; balspelen zijn toegestaan op de openbare weg op de door de burgemeester bepaalde plaatsen en de spelers dienen zich te schikken naar de aanwijzingen van de politie;
  2. gebruik maken van vuur- of luchtdrukwapens, uitgezonderd in toegelaten schietstanden of schietkramen op kermissen;
  3. gebruik maken van vuurwerk, behalve met de toelating van de bevoegde overheid;
  4. klimmen op afsluitingen, in bomen, op palen of op gelijk welke constructies of installaties;
  5. gewelddadige of luidruchtige spelen of oefeningen doen;
  6. gelijk welke werken verrichten, behalve met de toelating van de bevoegde overheid;
  7. artistieke prestaties leveren, behalve met de toelating van de bevoegde overheid;
  8. alle schadelijke stoffen en preparaten vervoeren of laten vervoeren waarvan de oorsprong, de aard, de bestemming en de actiemiddelen om deze te neutraliseren niet gekend zijn door de vervoerder;
  9. nalaten te zorgen voor de verlichting van materialen, steigers of om het even welke andere voorwerpen, neergelegd of achtergelaten in straten, op pleinen of andere delen van de openbare ruimte of van uitgravingen die er verricht werden;
  10. de dood of een zware verwonding van dieren, die aan een ander toebehoren, veroorzaken door de snelheid, het fout sturen of het overbelasten van voertuigen;
  11. onopzettelijk, door onvoorzichtigheid of gebrek aan voorzorg, of opzettelijk dezelfde schade veroorzaken door het behandelen of gebruiken van wapens of door het werpen van harde lichamen of om het even welke stoffen;
  12. op de openbare weg zaken gooien, blootstellen of achterlaten die schade kunnen veroorzaken door hun val of ongezonde uitwasemingen.

Wapens, munitie, vuurwerk, dieren of om het even welk voorwerp, gebruikt in strijd met de bovenvermelde bepalingen, zullen in beslag genomen worden.

Art. 35. Het is verboden voor elke persoon die op de openbare ruimte een activiteit uitoefent, al dan niet met een verkregen toelating, om:

  • de toegang tot openbare en private gebouwen te belemmeren;
  • zich dreigend te gedragen;
  • de doorgang van voorbijgangers te verhinderen;
  • deze activiteit op de rijweg uit te oefenen;
  • vernederende of immorele activiteiten te organiseren. In geval van inbreuk op het onderhavige artikel kan de politie de activiteit onmiddellijk laten stopzetten.

Het college van burgemeester en schepenen kan desgevallend overgaan tot de administratieve schorsing of de administratieve intrekking van de toelating die eventueel werd afgeleverd.

Art. 36. Onverminderd de bepalingen van de wegcode is het gebruik van steppen, rolschaat- sen of skateboards enkel toegelaten op voorwaarde dat de veiligheid van de voetgangers en de vlotte doorgang niet in gevaar worden gebracht. De bevoegde overheid kan dit echter wel verbieden op de plaatsen die deze overheid bepaalt.

Art. 37. §1. Behalve met de voorafgaande toelating van de burgemeester is het volgende verboden op de openbare ruimte en in de openbare plaatsen:

  • inzamelingen en inzamelingen door middel van verkoop;
  • vermakelijkheden zoals fuiven, bals, tentoonstellingen, voorstellingen of andere feeste- lijkheden;
  • handelsbeurzen of tentoonstellingen;
  • de consumptie van alcoholhoudende dranken (puur of gemengd).

Alinea 1 van dit artikel is niet van toepassing op de consumptie op de terrassen van horecainrichtingen.

§2. De toelatingsaanvraag moet ingediend worden binnen de 10 werkdagen, voorafgaand aan de activiteit.

Art. 37bis. De personen die zich toeleggen op elke vorm van bedelarij mogen de openbare orde niet verstoren en mogen de veiligheid, de rust en de openbare gezondheid niet in gevaar brengen. Het is hun verboden om voorbijgangers of automobilisten lastig te vallen.

Art. 38. Onverminderd de andere bepalingen, voorzien in het onderhavige reglement, mag niemand, ook niet tijdelijk, goederen uitstallen in de openbare ruimte zonder een voorafgaande toelating van de bevoegde overheid.

Art. 39. De personen die optreden als krantenjongen, verkoper of verdeler van kranten, publicaties, tekeningen, gravures, advertenties en allerlei drukwerk in straten en andere openbare plaatsen mogen zonder voorafgaande toelating geen materiaal gebruiken voor de uitoefening van deze activiteit, behalve voor wat betreft de voor de gemeente voorbehouden standplaats op de openbare markt.

De verdeling van kranten, publicaties, tekeningen, gravures, advertenties en allerlei drukwerk mag de openbare orde en reinheid niet verstoren. De verdelers moeten het drukwerk oprapen dat door het publiek op de grond gegooid zou worden.

Behalve met de uitdrukkelijke en voorafgaande toelating van de burgemeester is het verboden pamfletten op voertuigen aan te brengen. Het is aan krantenjongens, verkopers of verdelers van kranten, publicaties, drukwerk of gelijk welke reclame verboden:

  • stapels kranten, publicaties, enz. achter te laten op de openbare weg of op deurdrempels en vensterbanken van gebouwen;
  • reclame of drukwerk op voertuigen aan te brengen;
  • voorbijgangers aan te klampen, te volgen of lastig te vallen.

Het college van burgemeester en schepenen kan desgevallend de administratieve schorsing of de administratieve intrekking van de toelating uitspreken indien de houder ervan de daaraan verbonden voorwaarden niet naleeft of indien hij een bepaling van het onderhavige artikel schendt.

Art. 40. Het is verboden om buiten de zalen voor voorstellingen of concerten en plaatsen voor sportbijeenkomsten of vermakelijkheden voorbijgangers op de openbare weg aan te klampen om te proberen hen toegangskaarten te verkopen of om hen uit te leggen hoe ze er kunnen kopen.

Het is eveneens verboden voor handelaars of restauranthouders en de personen die ze tewerkstellen om klanten aan te spreken of te roepen om ze aan te sporen naar hun zaak te komen.

In geval van overtreding tegen de bepalingen van het onderhavige artikel kan het college van burgemeester en schepenen de administratieve sluiting van de zaak uitspreken, of desgevallend de administratieve schorsing of de administratieve intrekking van de toelating die voor de inrichting werd afgeleverd.

Art. 41. Het is verboden, om het even welke manier, concerten, voorstellingen, vermakelijkheden of bijeenkomsten op de openbare weg te verstoren die door de gemeentelijke overheid werden toegelaten.

De toegang tot de scène, de piste of het terrein is verboden voor elke persoon die er niet voor zijn dienst moet zijn.

Het is verboden voor het publiek van zalen voor voorstellingen, feesten, concerten of sport om voorwerpen, die door hun val of op een andere manier het publiek, de acteurs of de sportbeoefenaars kunnen raken, achter te laten of vast te maken aan balkons en balustrades.

Afdeling 3. Installatie van torenkranen

Art. 42. De plaatsing van torenkranen is onderworpen aan de voorafgaande toelating van de burgemeester.

Onverminderd de reglementaire voorschriften inzake stedenbouw, leefmilieu en arbeidsbe- scherming is het verplicht:

  1. vóór elke inwerkingstelling van een torenkraan en telkens het Algemeen Reglement op de Arbeidsbescherming de opmaak van een proces-verbaal van verificatie vereist, een kopie van dit document, opgesteld door een erkende instelling, naar het college van burgemeester en schepenen op te sturen, binnen een termijn van drie weken vóór het opstellen of het opnieuw opstellen ervan;
  2. dat, vóór elke inwerkingstelling van een torenkraan, de concessiehouders van installaties op of onder de openbare weg geïnformeerd moeten worden over de werf en dat een bewijs van deze kennisgeving opgestuurd moet worden naar het college van burgemeester en schepenen, binnen een termijn van drie weken vóór het opstellen ervan;
  3. dat elk gebruik van torenkranen onderworpen is aan de opstelling van een werfplan, in twee exemplaren, met alle nuttige aanduidingen en kenmerken van de kraan, met inbegrip van de ingenomen ruimte en de draaicirkel van de arm;
  4. dat de torenkranen een stabiele basis op de grond hebben om het omvallen ervan te voorkomen. Wanneer torenhijskranen aan rails vastgemaakt worden, moeten deze rails op hun beurt stevig in de grond verankerd worden om het losrukken ervan te voorkomen.
  5. dat de torenkraan, naarmate de bouw vordert, ofwel in het gebouw ingewerkt wordt, ofwel stevig op verschillende plaatsen verankerd wordt;
  6. dat de gebruikers alle nodige maatregelen moeten nemen opdat de stabiliteit van de to- renkraan niet vermindert wanneer deze zich in de draaistand bevindt en dat deze geen ongecontroleerde bewegingen kan maken;
  7. dat de verplaatste materialen, indien deze poedervormig of vloeibaar zijn of zich kunnen verspreiden, in containers verplaatst worden zodat er niets op de openbare plaats of in privé-eigendommen kan vallen. Deze verplaatsingen gebeuren in omheinde ruimtes. De omheining moet zo nodig op bevel van een overheidsambtenaar verwijderd worden bij de dagelijkse sluiting van de werf.
  8. dat, vóór de inwerkingstelling van de torenkraan, een lijst op het politiecommissariaat ingediend wordt met de namen, de adressen en de telefoonnummers van de aannemer, de ingenieur of de bevoegde technicus en van een lid van het kraanpersoneel die te allen tijde snel bereikt kunnen worden, zowel overdag als ’s nachts. Een kopie van deze lijst moet aan de buitenzijde van het werfkantoor opgehangen worden.
  9. dat de aannemer gedekt is inzake burgerlijke aansprakelijkheid voor ongevallen, ver- oorzaakt door derden door het gebruik van de torenkraan, zowel op de werf als daarbuiten. Het bewijs moet aan de toelatingsaanvraag toegevoegd worden.
  10. de kraantoren moet ten laatste acht dagen na het einde van de werken, waarvoor deze in werking werd gezet, weggehaald worden. Bij gebrek hieraan zal de torenkraan door het bestuur weggehaald worden, op kosten en op risico van de aannemer.

Art. 43. In geval van overtreding van de bepalingen van het voorgaande artikel kan het col- lege van burgemeester en schepenen de administratieve schorsing of de administratieve in- trekking van de toelating uitspreken.

Afdeling 4. Privatieve bezetting van de openbare ruimte

Art. 44. §1. Behalve met de toelating van de burgemeester en onverminderd de wettelijke en reglementaire bepalingen inzake stedenbouw is het volgende verboden:

  1. elke privatieve bezetting van de openbare weg op het niveau van de begane grond, erboven of eronder, meer bepaald elk vastgemaakt, aangehaakt, opgehangen, geplaatst of achtergelaten voorwerp;
  2. de installatie op hoge delen van gebouwen of tegen huisgevels van voorwerpen die door hun val schade kunnen veroorzaken, zelfs indien deze niet over de openbare weg uitsteken.

Zijn vrijgesteld van deze bepaling: voorwerpen die geplaatst werden op vensterbanken en vastgehouden worden door een stevige, niet-uitstekende bevestiging, evenals vlaggenstokken.

§2. Behalve met een toelating van het college van burgemeester en schepenen is het voor elke persoon die zich op de openbare weg bevindt verboden om de doorgang van voorbijgangers te belemmeren door het plaatsen of achterlaten van elk verplaatsbaar voorwerp zoals bagage, huishoudelijk afval, bouwafval en voertuigen.

Het begrip doorgang belemmeren wordt meer bepaald door de volgende gedragingen vastgesteld:

  • aan voetgangers, op elke plaats waar de doorgang toegelaten is, een breedte van minder dan 1,5 m laten, of een andere breedte die door de bevoegde overheden is opgelegd naargelang de specifieke omstandigheden op bepaalde plaatsen, of die hen verplichten om over voorwerpen die de doorgang belemmeren te stappen of te klimmen;
  • aan voertuigen die op de wegen circuleren een breedte van minder dan 3 m laten, of gelijk welke andere breedte die nodig is voor de doorgang van hulpvoertuigen naargelang de specifieke omstandigheden op bepaalde plaatsen, of op de weg voorwerpen achterlaten die voorbijrijdende voertuigen kunnen beschadigen;
  • fietspaden volleggen op een zodanige manier dat het voor fietsers onmogelijk wordt om zonder gevaar te fietsen;
  • de toegang tot gebouwen, al dan niet in opbouw, beletten of beperken - zoals hierboven beschreven - voor voetgangers, fietsers en voertuigen.

§3. Het is verboden buiten woningen, op of boven de openbare weg, doeken, linnen en andere voorwerpen uit te spreiden of te laten drogen.

§4. Behalve met de schriftelijke toelating van de burgemeester is het verboden caféterrassen, stoelen, banken, tafels, kramen, windschermen en andere voorwerpen op trottoirs en op de openbare weg te plaatsen.

De burgemeester kan hiervoor de nodige toelating verlenen volgens de voorwaarden die hij bepaalt.

Deze toelating zal de bijzondere voorwaarden vermelden die de betrokkene moet naleven. De toegang tot handelszaken, tot ingangen van gebouwen en tot deksels van bezoekkamers van kranen van het stadswaternet en luiken van de kleppen of afsluiters van het aardgasnet mag op geen enkele wijze worden gehinderd.

§5. Onverminderd de bepalingen van artikel 80.2 van de wegcode mag geen enkel voorwerp, zelfs niet gedeeltelijk, de voorwerpen van openbaar nut bedekken indien deze volledig zicht- baar moeten blijven.

Geen enkel voorwerp mag evenmin de toegang tot deuren of ramen van gebouwen langs de openbare weg belemmeren, zelfs niet gedeeltelijk. Voorwerpen die in strijd met het onderhavige artikel geplaatst, vastgemaakt, aangehecht of opgehangen worden, dienen op het eerste verzoek van de politie verwijderd te worden. Zo niet zal dit ambtshalve gebeuren op kosten en op risico van de overtreder.

Het college van burgemeester en schepenen kan de administratieve schorsing of de administratieve intrekking van de toelating uitspreken als de houder de daaraan verbonden voorwaarden niet naleeft.

§7. Behalve met de toelating van de burgemeester is het verboden voor een onderneming die voertuigen verhuurt, herstelt of verkoopt, systematisch gebruik te maken van parkeerplaatsen die zich op de openbare weg bevinden.

Elk voertuig dat als achtergelaten voertuig beschouwd wordt, kan het voorwerp uitmaken van een beslissing tot verwijdering van de burgemeester op kosten en op risico van de overtreder.

§8. In elke plaats die voor het publiek toegankelijk is, zowel op openbare als private grond, mogen geparkeerde of geplaatste voertuigen of voorwerpen de doorgang van personen of voertuigen niet hinderen of de toegangswegen of uitgangen van gebouwen niet belemmeren, zelfs tijdelijk.

Deze voorwerpen of voertuigen moeten verplaatst worden bij het eerste verzoek van de politie die ambtshalve hinderlijke voorwerpen of voertuigen op kosten en op risico van hun eigenaar kan laten verplaatsen.

In alle gevallen moeten de toegangswegen tot gebouwen eigenschappen vertonen die het verkeer, het parkeren en het gebruik van het materieel van de hulpdiensten toelaten.

Het gaat om de volgende eigenschappen: vrije breedte: 4 m; vrije hoogte: 4 m; draaicirkel: 11 m aan de binnenzijde en 15 m aan de buitenzijde; maximale helling: 6%; voldoende besten- dig om voertuigen van 13 ton per as te kunnen dragen.

§9. Onverminderd de bepalingen van het algemeen politiereglement op het wegverkeer mag niemand zonder de voorafgaande toelating van de burgemeester bloembakken op de weg plaatsen. Het model van deze bloembakken, doorgaans plantenbakken genoemd, en hun plaats moeten goedgekeurd worden door het gemeentebestuur. Hun onderhoud is de taak van de eigenaars, de huurders of de personen, vermeld in artikel 11 van het onderhavige reglement.

De bezette plaats mag geen enkele hindernis vormen voor de normale en gemakkelijke doorgang van voetgangers en een doorgang met een minimale breedte van 1,50 m moet in elk geval voorzien worden voor mindervaliden. Deze plantenbakken mogen bovendien het verkeer niet belemmeren.

§10. Zonder de uitdrukkelijke en voorafgaande toelating van de burgemeester en onverminderd de van kracht zijnde wettelijke en reglementaire bepalingen is het verboden de openbare ruimte te versperren door er materiaal, steigers of gelijk welke andere voorwerpen achter te laten. Het is tevens verboden er putten te graven.

Art. 44bis. Behalve omwille van een met redenen omklede dringende noodzakelijkheid, waarbij de minste vertraging aanzienlijke schade aan bezittingen of personen zou veroorzaken of de vlotte doorgang op de openbare weg zou belemmeren, mag op, onder of boven de openbare weg geen enkel werk worden aangevat zonder de voorafgaande toestemming van de burgemeester.

In geval van dringende werken moeten de bouwheer, zijn aannemers en contractanten de verplichtingen van de gewestelijke stedenbouwkundige verordening nakomen.

Art. 45. Onverminderd de wettelijke en reglementaire bepalingen inzake stedenbouw is het verboden spandoeken, wimpels of vlaggen te plaatsen op gevels van gebouwen of deze op de openbare weg op te hangen zonder de voorafgaande toelating van de burgemeester.

Art. 46. Ieder die een toelating heeft om stadsmeubilair uit te baten op het gemeentelijk grondgebied, moet dit regelmatig onderhouden.

Het college van burgemeester en schepenen kan de uitbater op elk moment verplichten het stadsmeubilair te onderhouden waarvoor hij verantwoordelijk is en dit binnen de termijn die het college bepaalt. Deze termijn kan niet minder dan vijftien dagen zijn. Wanneer een uitbater van stadsmeubilair niet ingaat op de verzoeken van het college, kan de gemeente in zijn plaats de gevraagde werken uitvoeren en dit ten laste en op kosten van deze uitbater. Het college van burgemeester en schepenen kan de administratieve schorsing of de adminis- tratieve intrekking van de uitbatingstoelating uitspreken indien de houder ervan niet reageert op de aanmaningen die hem werden opgestuurd.

Art. 47. Indien een persoon, om welke reden dan ook, uit het huis waar hij woont wordt gezet en zijn meubelen op de openbare weg worden geplaatst, moet deze persoon deze op het moment van de uitzetting weghalen.

Art. 48. De eigenaars of gebruikers van antennes of schotelantennes op daken of verhoogde gedeeltes van gebouwen moeten de stabiliteit ervan regelmatig controleren.

Elke antenne die niet gebruikt wordt, moet weggehaald worden binnen de acht dagen na deze stopzetting.

Art. 49. Bomen en planten in privé-eigendommen moeten zodanig gesnoeid worden dat elke tak die over de openbare weg hangt zich op minstens 2,50 m hoogte van de grond bevindt en het uiteinde ervan op minstens 0,50 m afstand van de rijweg.

Bij gebrek aan bijzondere vermeldingen in een bijzonder bestemmingsplan (BBP) of in een verkavelingsvergunning is de hoogte van hagen beperkt tot 2 meter.

Indien bijzondere veiligheidsredenen dit vereisen, kan de politie andere afmetingen opleggen en de voorgeschreven werken moeten ten laatste acht dagen na de desbetreffende kennisgeving verricht worden. Indien er aan de onderhavige bepaling geen gevolg wordt gegeven, zullen de werken door het gemeentebestuur uitgevoerd worden op kosten en op risico van de overtreder.

Art. 50. Het is verboden lange of omvangrijke voorwerpen van binnen een gebouw op de openbare weg te laten uitsteken zonder de nodige maatregelen te nemen om de veiligheid van de voorbijgangers te waarborgen.

Dezelfde voorzorgsmaatregelen dienen in acht te worden genomen bij het openen van buitenblinden, beweegbare luiken of zonnegordijnen op de gelijkvloerse verdieping wanneer het gebouw langs de rooilijn aan de openbare weg staat.

Wanneer buitenblinden of beweegbare luiken open zijn, dienen ze met pallen of haken op hun plaats te worden gehouden.

De pallen en haken op de gelijkvloerse verdieping moeten zodanig vastgehecht zijn dat ze voorbijgangers niet kunnen verwonden of de veiligheid niet in gevaar kunnen brengen.

Art. 51. Ingangen van kelders en toegangen tot ondergrondse ruimtes op de openbare weg mogen slechts open zijn:

  • gedurende de tijd die voor de activiteiten nodig is;
  • met inachtneming van alle maatregelen om de veiligheid van voorbijgangers te waarborgen.

Deze beide voorwaarden zijn aanvullend.

Afsluitingen, scheidingswanden, omheiningen of reclameborden, in de bodem verankerd of aan constructies vastgemaakt, moeten stevig bevestigd worden zodat ze niet kunnen omvallen.

Poorten, met inbegrip van garagepoorten, geplaatst aan straatgevels, mogen in geen enkel geval, ongeacht de mate waarin deze geopend staan, verder reiken dan de omlijsting van deze poorten.

Afdeling 5. Het gebruik van gevels van gebouwen

Art. 52. §1. Elke eigenaar van een gebouw is verplicht het door de gemeente toegekende huisnummer zichtbaar aan de straatkant aan te brengen.

Bij een nieuwbouw moet de eigenaar het nummer dat hem toegekend werd binnen de vijftien dagen na de ontvangst ervan aanbrengen.

Het is verboden op welke manier dan ook huisnummers, toegekend door het gemeentebestuur, te bedekken, los te rukken, te beschadigen of weg te halen, evenals naamborden van openbare wegen.

In geval van wijziging van nummer moet het oude nummer met een zwarte streep doorge- haald worden en mag het maximaal twee jaar behouden blijven na de betrokken kennisgeving door het bestuur.

Indien werken aan het gebouw, van om het even welke aard, de verwijdering van het huisnummer vereisen, dient dit nummer ten laatste acht dagen na de beëindiging van de werken opnieuw aangebracht te worden.

Een apart huisnummer moet zichtbaar aangebracht worden naast elke deur of andere uitgang naar de openbare weg toe van elk gebouw dat bewoond wordt of kan worden, tenzij het een tweede uitgang betreft en de eerste uitgang al genummerd is.

Een tweede uitgang van hetzelfde gebouw mag geen huisnummer dragen.

Ook gebouwen, bestemd voor administratief, commercieel en industrieel gebruik, zelfs indien ze geen woning bevatten, moeten voorzien worden van een huisnummer.

Wanneer een gebouw niet langs de openbare weg gelegen is, dient aan de hoofdtoegang van het terrein waarop dat gebouw opgericht is een duidelijk zichtbaar huisnummer worden aangebracht.

Bijgebouwen die al dan niet aan het aangrenzend gebouw aanpalen, zoals garages, loodsen, bergplaatsen, stallen en werkplaatsen, worden beschouwd als gewone bijhorigheden van het hoofdgebouw en mogen geen afzonderlijk huisnummer hebben.

§2. Elke eigenaar van een in meerdere woningen ingedeeld gebouw is verplicht de nodige maatregelen te nemen of voorzieningen aan te brengen (brievenbussen, individuele deurbellen, infoborden, …) om de verschillende woningen en hun bewoners van buitenaf herkenbaar te maken door middel van een etiket met de naam van deze laatsten.

Het is eveneens verplicht om een nummer zichtbaar aan te brengen op elke brievenbus in elk gebouw dat minstens twee woningen bevat. Deze nummering begint bij het cijfer 1 zonder toevoeging van andere vermeldingen (zoals het teken min, een schuine streep, letters, Romeinse cijfers of andere). Deze verplichting is van toepassing op de eigenaar of mede-eigenaars van het gebouw, op elke houder van een zakelijk recht erop, op de eigenaar of mede-eigenaars van een appartement, op elke houder van een zakelijk recht erop, op de huurders van het appartement.

Art. 52bis. De huisnummerreeksen hebben als uitgangspunt een hoofdweg, het stadhuis of het gemeentehuis.

In straten met een dubbele rij gebouwen worden de even huisnummers toegekend aan één van de twee rijen en de oneven huisnummers aan de andere rij.

Straten, lanen en kaaien met slechts een enkele rij gebouwen krijgen een doorlopende reeks van afwisselend even en oneven huisnummers. Er wordt op dezelfde wijze te werk gegaan voor openbare pleinen, doodlopende straten en woonerven, door van een bepaald punt te vertrekken en er terug te keren, na de volledige ronde gedaan te hebben.

Waar tussen bestaande gebouwen onbebouwde terreinen liggen, worden voor de toekomst huisnummers voorbehouden voor de nog op te richten gebouwen. Enkel de gemeentelijke overheid kan het aantal te reserveren nummers vaststellen.

Voor afgelegen of verspreid staande gebouwen sluit de huisnummering aan bij de gebouwen van de dichtstgelegen agglomeratie. Zij krijgen, ongeacht hun onderlinge afstand, een regelmatige opeenvolging van huisnummers.

Aanpalende gemeenten dienen met elkaar tot een akkoord te komen om de eenheid van het huisnummeringssysteem te verzekeren wanneer het gaat om grensstraten of straten die onder dezelfde naam op het grondgebied van meer dan één gemeente liggen.

Het gebruik van herhaalde huisnummers, gevolgd door hoofdletters A, B, C enz., dient zoveel mogelijk te worden vermeden, dit door de opvolging van de evolutie van de huisnummering en door periodieke hernummeringen.

Elk plein, elke straat of elke openbare weg moet een vaste benaming dragen. Deze namen worden op borden gezet en duidelijk zichtbaar aangebracht op de plaatsen waar het nuttig is en voornamelijk op kruispunten. Na de vernieuwing van hoekgebouwen, waartegen straatnaamborden waren aangebracht, dient er voor gezorgd te worden dat deze borden er opnieuw aan bevestigd worden.

Art. 52ter. Boodschappen van publicitaire aard mogen geen invloed hebben op de identificatie van straten of openbare wegen. In agglomeraties is het wenselijk dat naast de benaming van de straat of de openbare weg ook de gemeente wordt aangegeven.

Art. 53. De eigenaars, vruchtgebruikers, huurders, bewoners of om het even welke verant- woordelijken van een gebouw dienen, zonder dat dit voor hen enige schadeloosstelling teweegbrengt, op de gevel of de topgevel van hun gebouw, zelfs wanneer dit gebouw zich buiten de rooilijn bevindt, en in dit geval eventueel langs de straatkant, de volgende zaken toe te laten:

  1. de aanbreng van een bord met de straatnaam van het gebouw;
  2. de aanbreng van verkeersborden;
  3. de plaatsing van de kabel met de draden voor de installatie van zowel gemeentelijke als intercommunale verkeerssignalisatie en voor telefoon-, televisie- of multimedia-aanslui- tingen;
  4. de plaatsing van materiaal voor de openbare verlichting;
  5. het gebruik van de kelderverdieping van het gebouw door nutsmaatschappijen die de toelating van de bevoegde overheid hebben;
  6. de aanbreng van kabels die nodig zijn voor de uitbating van trams en andere voertuigen van het openbaar vervoer;
  7. de plaatsing van borden om brandmonden of brandkranen aan te geven.

Dit geldt eveneens voor bevestigingen, statieven en apparaten die nodig zijn voor de goede werking van de hiervoor genoemde diensten.

Het is verboden de hierboven vermelde voorwerpen weg te halen of te verplaatsen.

De verwijdering of de verplaatsing van deze voorwerpen, voor om het even welke reden, zullen gebeuren door de tussenkomst van het gemeentebestuur of de daartoe bevoegde concessiehouder.

Art. 54. De eigenaars, huurders, bewoners of verantwoordelijken van onroerende goederen moeten erover waken dat deze goederen, de installaties en de apparaten waarmee ze uitgerust zijn, zich in perfecte staat van onderhoud en werking bevinden zodanig dat ze geen bedreiging vormen voor de openbare veiligheid.

De installatie op hoge delen van gebouwen of tegen huisgevels van voorwerpen die door hun val schade kunnen veroorzaken, zelfs indien deze niet over de openbare weg uitsteken, is verboden.

Zijn vrijgesteld van deze bepaling: voorwerpen die geplaatst werden op vensterbanken en vastgehouden worden door een stevige, niet-uitstekende bevestiging, evenals vlaggenstokken.

De voorwerpen die in strijd met het onderhavige artikel geplaatst, vastgemaakt of opgehan- gen worden, moeten op het eerste verzoek van de politie verwijderd worden. Zo niet zal dit ambtshalve gebeuren op kosten en op risico van de overtreder.

Afdeling 6. Algemene maatregelen ter voorkoming van de schending van de openbare veiligheid

Art. 55. Het is verboden de geluidssignalen van de brandweer, de politie en de andere hulp- diensten te imiteren.

Art. 56. Elke misleidende hulpoproep of elk misbruik van een praatpaal of seintoestel dat de veiligheid van de gebruikers moet garanderen, is verboden.

Art. 57. Het is verboden voor onbevoegde personen om voor het publiek niet-toegankelijke gebouwen of complexen van openbaar nut te betreden.

Het is verboden voor elke persoon die geen mandaat van het gemeentebestuur heeft om het volgende te bedienen: kranen van buizen of leidingen van gelijk welke aard, schakelaars van de openbare elektrische verlichting, openbare klokken, seintoestellen en telecommunicatie- uitrusting die zich op of onder de openbare weg of in openbare gebouwen bevinden.

Afdeling 7. Brandpreventie

Art. 58. Zodra er brand uitbreekt, moet elke persoon die dit vaststelt onmiddellijk contact opnemen met het politiekantoor, de dichtstbijzijnde brandweerdienst of het centrale noodnummer.

Art. 59. §1. De bezetters van een gebouw waar brand is uitgebroken en de personen in de omringende gebouwen moeten:

  1. onmiddellijk gevolg geven aan de bevelen van de brandweer, de civiele bescherming, de politieagenten of de andere openbare diensten waarvan de tussenkomst is vereist voor de bestrijding van de brand;
  2. de toegang tot hun gebouw toelaten;
  3. het gebruik van watervoorzieningen toelaten en alle andere middelen waarover ze beschikken om de brand te bestrijden.

Personen die bij een brand meubels, documenten of andere zaken verzameld hebben, moeten deze aan de eigenaars teruggeven zodra de brand onder controle is; indien dit niet mogelijk is, moet er, uiterlijk binnen de 24 uur, een aangifte gedaan worden bij het gemeentebestuur.

§2. Elk aan de straat gelegen gebouw met meer dan drie verdiepingen bovenop de gelijkvloerse verdieping en elk woongebouw, elk gebouw of elke constructie met meer dan twee verdiepingen bovenop de gelijkvloerse verdieping en niet-grenzend aan de openbare weg, moet toegankelijk zijn voor autovoertuigen en minstens één van de toegangswegen moet eigenschappen vertonen die het verkeer, het parkeren en het gebruik van het materieel van de hulpdiensten en de brandweer toelaten. Het gaat om de volgende minimumeigenschappen: vrije breedte: 4 m; vrije doorgangshoogte: 4 m; draaicirkel: 11 m aan de binnenzijde en 15 m aan de buitenzijde; maximale helling: 6 %.

Indien deze afmetingen niet gehaald zouden worden, kan het college voor de bestaande toegangswegen bepalen welke afmetingen geschikt zijn om de tussenkomst van de hulpdiensten en de brandweer toe te laten, na overleg met de brandweer.

Deze toegangsweg moet steeds vrij en gemakkelijk toegankelijk blijven.

Het is verboden er voertuigen tot stilstand te brengen of er om het even welke materialen of voorwerpen achter te laten.

Deze toegangsweg zal aangeduid worden met wegmarkeringen of met behulp van gelijk welke signalisatie die geschikt wordt geacht.

§3. Vluchtwegen en -terrassen, gangen, trappen, overlopen, mobiele of vaste ladders, terrassen, luiken, uitgangsdeuren of nooduitgangen en over het algemeen alle middelen en voorzieningen, bestemd voor de ontruiming van constructies en gebouwen in geval van een ramp, zowel op openbare als niet-openbare plaatsen, moeten worden aangegeven met goed leesbare pictogrammen in de reglementaire kleuren die aangebracht moeten worden op de plaatsen waar zij de aandacht trekken. Deze vluchtwegen of -voorzieningen moeten steeds vrij en gemakkelijk toegankelijk blijven.

Het is verboden deze te verbergen of te versperren met materialen of op een andere manier en om deze in te sluiten binnen vaste scheidingswanden. Het is eveneens verboden de in de onderhavige alinea vermelde opschriften te wijzigen, te beschadigen, te verbergen of te laten verdwijnen.

§4. De eigenaars, vruchtgebruikers, huurders, bezetters, alle personen die over het effectieve genot van de plaatsen beschikken en hun vertegenwoordigers of gevolmachtigden moeten de controles van de brandpreventie- en brandbestrijdingsmaatregelen, uitgevoerd door de politiediensten, de afgevaardigden van het gemeentebestuur en de brandweerdienst, vergemakkelijken.

§5. Bij overtreding van de bepalingen van het onderhavige artikel zullen voertuigen, materialen en gelijk welke voorwerpen ambtshalve verwijderd worden op kosten en op risico van de overtreders of de personen die effectief verantwoordelijk zijn voor de overtreding, door de tussenkomst van de politie en zonder afbreuk te doen aan de opgelopen sancties.

Art. 60. Op de openbare weg en in de voor het publiek toegankelijke plaatsen is het verboden voertuigen te parkeren en voorwerpen te plaatsen, zelfs tijdelijk, die de opsporing, de toegang of het gebruik van waterbronnen voor het blussen van branden kunnen storen of verhinderen.

Art. 61. Het is verboden de signalen voor de identificatie of de opsporing van waterbronnen voor het blussen van branden te beschadigen, te verbergen of te laten verbergen.

Art. 62. Brandkranen of -monden en deksels of luiken die de kamers met brandmonden en putten afsluiten moeten steeds vrij, goed zichtbaar en gemakkelijk toegankelijk blijven. Deze verplichting is een taak van de personen, vermeld in artikel 14 van het onderhavige reglement.

Art. 63. Feesten, voorstellingen, concerten, bals en andere vermakelijkheden mogen slechts plaatsvinden in voor het publiek toegankelijke inrichtingen met de voorafgaande toelating van de burgemeester. De aanvraag moet minstens 10 werkdagen vóór het evenement schriftelijk ingediend worden en moet, desgevallend, telkens opnieuw door het college goedgekeurd worden. Wanneer een evenement zoals een fuif, een vermakelijkheid, een dansfeest of een andere bijeenkomst georganiseerd wordt in een voor het publiek toegankelijke plaats waarvan de organisatoren niet kunnen bewijzen dat de plaats beantwoordt aan de veiligheidsvoorschriften, meer bepaald in toepassing van de re- glementering inzake brandveiligheid, kan de burgemeester het evenement verbieden en de politie de inrichting desgevallend laten ontruimen en sluiten.

Op voor het publiek toegankelijke plaatsen zoals cafés, restaurants, dancings of alle andere plaatsen waar feesten, vermakelijkheden, dansfeesten of gelijk welke andere bijeenkomsten georganiseerd worden, is het verboden het maximaal aantal toegelaten personen dat gelijktijdig aanwezig mag zijn, vastgesteld door de Brusselse Hoofdstedelijke Dienst voor Brandbestrijding en Dringende Medische Hulp, te overschrijden in het kader van de veiligheids- en brandpreventienormen. Bij een overschrijding van dit aantal kan de politie deze plaatsen laten ontruimen en sluiten.

Afdeling 8. Bijzondere bepalingen die in acht genomen moeten worden bij sneeuw, vrieskou of slecht weer

Art. 64. De met sneeuw of ijzel bedekte trottoirs moeten geruimd of slipvrij gemaakt worden over twee derde van hun breedte, met een minimum van 1,50 m.

De sneeuw moet aan de rand van het trottoir opgehoopt worden en mag niet op de rijweg gegooid worden. De rioolkolken en straatgoten moeten vrij blijven.

Dit is een taak van de personen, vermeld in artikel 14 van het onderhavige reglement, vol- gens de daarin vastgelegde bepalingen.

Art. 65. IJskegels aan hoge delen van gebouwen die over de openbare weg uitsteken, moeten verwijderd worden.

Indien nodig moet er een beroep gedaan worden op de brandweerdienst. Deze verplichting is een taak van de personen, vermeld in artikel 14 van het onderhavige reglement, volgens de daarin vastgelegde bepalingen.

Art. 66. Op de openbare weg is het verboden:

  • water van gelijk welke aard te gieten of te laten stromen bij vorst;
  • glijbanen aan te leggen;
  • sneeuw of ijs, afkomstig uit privé-eigendommen, op te hopen.

Art. 67. Het strooien van zand of andere producten om sneeuw of ijs te doen smelten op de treden van buitentrappen, op trottoirs of op de openbare weg, ontheft de personen die deze producten strooien niet van hun verplichting om de trottoirs te onderhouden, overeenkomstig artikels 14 en 64 van het onderhavige reglement.

Art. 68. Behalve met de toelating is het verboden zich op het ijs van beken, waterbekkens en waterlopen te begeven.

Afdeling 9. Vrijetijdsbestedingen en -plaatsen

Art. 69. §1. De toestellen op gemeentelijke speelplaatsen of -terreinen, ter beschikking van het publiek, moeten zodanig gebruikt worden dat ze de openbare veiligheid en rust niet in gevaar brengen.

Kinderen jonger dan zeven jaar moeten vergezeld zijn van één van hun ouders of de persoon aan wie het toezicht erover werd toevertrouwd.

De gemeente is niet aansprakelijk voor ongevallen die op een gemeentelijk speelterrein gebeuren.

§3. Onverminderd de reglementaire bepalingen inzake de veiligheid in stadions of andere plaatsen waar sport wordt beoefend, moet elke installatie van voorlopige tribunes voor het onthaal van publiek, naar aanleiding van om het even welke culturele, sportieve of andere manifestatie, ongeacht de bouwmaterialen, de montagetechnieken of de technieken voor de bodemverankering ervan, na de montage van de tribunes maar vóór elk gebruik ervan, het voorwerp uitmaken van een toelatingsaanvraag, gericht aan de burgemeester, die vergezeld moet zijn van:

  1. een controleverslag, opgesteld door een brandpreventietechnicus van de brandweerdienst;
  2. een goedkeuringsverslag, afgeleverd door een erkende controle-instantie inzake stabiliteit, vóór het gebruik.

Afdeling 10. Parkeren, verhuizingen, laden en lossen

Art. 70. §1. Er mogen geen meubels of andere goederen geladen of gelost worden tussen 22 en 7 uur, uitgezonderd met de voorafgaande toelating van de burgemeester.

Bij het vervoeren, verplaatsen, laden en lossen van voorwerpen of andere goederen op de openbare weg moet erover gewaakt worden dat voetgangers niet gekwetst of gewond worden en dat de veiligheid, de vlotte doorgang en de openbare rust niet in gevaar komen. Er moet bovendien over gewaakt worden dat voetgangers niet verplicht worden het trottoir te verlaten. Indien dit onmogelijk is, moeten de nodige maatregelen genomen worden om de veilige doorgang van voetgangers te verzekeren.

Behalve met de voorafgaande en schriftelijke toelating van de burgemeester is het parkeren op de openbare weg, buiten de tijd die nodig is voor het laden en het lossen, van voertuigen, bestemd voor het vervoer van producten van dierlijke of plantaardige oorsprong, schroot of ander afval, verboden.

Deze toelating zal de voorwaarden bepalen die nageleefd moeten worden om hinder voor het publiek te vermijden.

Het college van burgemeester en schepenen kan de administratieve schorsing of de administratieve intrekking van de toelating uitspreken als de houder de daaraan verbonden voorwaarden niet naleeft.

§2. Elke persoon die zijn hoofdverblijfplaats wil vestigen in een gemeente van het Koninkrijk of deze wil overbrengen naar een andere gemeente, moet dit aangeven bij het gemeentebestuur van de plaats waar hij zich wil vestigen.

Elke eigenaar, houder van zakelijke rechten, verhuurder of persoon, belast met de hoede over een woning, een gedeelte ervan, een appartement, een kamer of een gedeelte ervan, die deze goederen door derden laat bezetten of aan derden verhuurt, moet de identiteit en het volledig adres van de bezetters bij het gemeentebestuur of de lokale politie aangeven, eveneens het vertrek ervan.

Als het gebouw in verschillende woningen is ingedeeld, zijn de personen die de hoofdverblijfplaats aangeven verplicht om de bezette wooneenheid te verduidelijken (verdieping, woning langs de straatkant of langs de binnenruimte, …).

Deze verplichting geldt eveneens voor huisheren en werkgevers ten opzichte van inwonende bedienden, dienstboden en personen in hun dienst.

Afdeling 11. Sancties

Art. 71. Onverminderd de eventuele administratieve sanctie van het college van burgemees- ter en schepenen in de in het onderhavige hoofdstuk voorziene gevallen wordt ieder die de bepalingen van het onderhavige hoofdstuk overtreedt, bestraft met een administratieve boete van maximaal € 350.

De administratieve boete mag echter nooit hoger zijn dan 175 euro indien de feiten werden gepleegd door minderjarigen die op het ogenblik van de feiten de volle leeftijd van 14 jaar bereikt hebben.

Hoofdstuk 5 - De openbare rust

Art. 72. Het hanteren, laden of lossen van materialen, toestellen of gelijk welke voorwerpen die lawaai kunnen voortbrengen, zoals platen, bladen, stangen, dozen, vaten of metalen of andere houders, moet als volgt gebeuren:

  1. deze voorwerpen moeten gedragen worden in plaats van gesleept en geplaatst worden in plaats van geworpen;
  2. als deze voorwerpen omwille van hun afmetingen of hun gewicht niet gedragen kunnen worden, moeten ze uitgerust zijn met een voorziening waarmee ze geluidloos verplaatst kunnen worden.

Art. 73. §1. Behalve met de voorafgaande toelating van de burgemeester is het volgende verboden op de openbare weg:

  1. vocale, instrumentale of muzikale audities;
  2. het gebruik van luidsprekers, versterkers of andere toestellen die geluidsgolven produceren of reproduceren;
  3. kermisparades en -muziek.

§2. Met uitzondering van alarmsystemen om inbraak te voorkomen of om de aanwezigheid van een indringer of rook aan te geven is het verboden over te gaan tot het gebruik of de plaatsing van elk toestel dat - al dan niet ultrasoon - geluid produceert dat hinderlijk is of hinderlijk kan worden voor één of meerdere personen die zich op de openbare weg bevinden of in een voor het publiek toegankelijke plaats of inrichting.

Art. 74. Onverminderd de reglementering betreffende lawaaibestrijding mag de intensiteit van geluidsgolven, geproduceerd in private eigendommen of in voertuigen die zich op de openbare weg bevinden, de buurt niet storen noch het niveau van het omgevingsgeluid overschrijden.

De overtredingen tegen de onderhavige bepaling, begaan aan boord van voertuigen, worden verondersteld door de bestuurder ervan te zijn begaan.

Art. 75. Voertuigen die zich zowel op de openbare weg als in private plaatsen bevinden en uitgerust zijn met een alarmsysteem, mogen in geen enkel geval de buurt storen. De eigenaar van een voertuig waarvan het alarm afgaat, moet daar zo spoedig mogelijk een einde aan stellen.

Wanneer de eigenaar niet opdaagt binnen de 20 minuten na het afgaan van het alarm, mogen de politiediensten de nodige maatregelen nemen om een einde te stellen aan deze hinder, op kosten en op risico van de overtreder.

Art. 76. Het is verboden aan deuren aan te bellen of te kloppen met als doel de bewoners te storen.

Art. 77. §1. De bepalingen van het onderhavige artikel zijn van toepassing op de inrichtingen die gewoonlijk voor het publiek toegankelijk zijn, ook al is het er slechts onder bepaalde voorwaarden toegelaten.

§2. Onverminderd de wettelijke bepalingen betreffende lawaaibestrijding mag geluid binnen de voor het publiek toegankelijke inrichtingen, zowel overdag als 's nachts, het niveau van het straatlawaai niet overschrijden indien het hoorbaar is op de openbare weg.

§3. Het is aan uitbaters van voor het publiek toegankelijke inrichtingen, café-, cabaret- en restauranthouders en uitbaters van danszalen en in het algemeen slijters van wijn, bier of andere drank verboden hun inrichting te sluiten zolang er zich nog één of meerdere klanten in bevinden.

§4. De politie kan voor het publiek toegankelijke inrichtingen laten ontruimen en sluiten wanneer er wanorde of lawaai wordt vastgesteld die de openbare rust of de rust van de omwonenden stoort.

Als de wanorde of het lawaai blijft aanhouden, kan de burgemeester elke maatregel nemen die hij nuttig acht om een einde te stellen aan de overlast, meer bepaald door de gedeeltelijke of volledige sluiting van de inrichting te bevelen gedurende de uren en voor de duur die hij bepaalt.

§5. In geval van inbreuk op §2 en §3 van het onderhavige artikel kan het college van burgemeester en schepenen de administratieve sluiting van de inrichting opleggen voor de duur die het college bepaalt.

Art. 77bis. De uitbating tijdens avonden, weekends of feestdagen van terrassen en tuinen die gelegen zijn naast voor het publiek toegankelijke inrichtingen zal onderworpen zijn aan de voorafgaande toelating van de burgemeester om de openbare rust en gezondheid te waarborgen.

Art. 78. Buiten de zones die toegelaten zijn door de burgemeester is het verboden bezig te zijn met op afstand bestuurde modelvliegtuigen, -boten of -wagens. Het door deze toestellen voortgebrachte geluid mag in geen enkel geval de openbare rust verstoren.

Art. 79. Onverminderd de eventuele administratieve sanctie van het college van burgemees- ter en schepenen in de in het onderhavige hoofdstuk voorziene gevallen wordt ieder die de bepalingen van het onderhavige hoofdstuk overtreedt, bestraft met een administratieve boete van maximaal € 350.

De administratieve boete mag echter nooit hoger zijn dan 175 euro indien de feiten werden gepleegd door minderjarigen die op het ogenblik van de feiten de volle leeftijd van 14 jaar bereikt hebben.

Hoofdstuk 6 - Groene ruimtes

Art. 80. In het onderhavige hoofdstuk verstaat men onder groene ruimtes: de openbare squares, parken en tuinen en alle gedeeltes van de openbare ruimte buiten de weg die open- staan voor het personenverkeer en die in de eerste plaats bestemd zijn voor wandelingen of ontspanning.

Art. 81. Het onderhavige hoofdstuk is van toepassing op alle gebruikers van de groene ruim- tes. Het wordt opgehangen aan één of meerdere ingangen van de groene ruimtes. De gebruikers moeten zich desgevallend eveneens houden aan de bijzondere reglementeringen, meer bepaald in de parken die onderworpen zijn aan het besluit van de regering van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest van 4 maart 1999.

Art. 82. De openingsuren van de groene ruimtes worden opgehangen aan één of meerdere ingangen ervan.

De burgemeester kan, indien nodig, de sluiting ervan opleggen.

Art. 83. Niemand mag de groene ruimtes betreden buiten de openingsuren of in geval van een sluiting, bedoeld in artikel 82, alinea 2.

Art. 84. Niemand mag in de groene ruimtes spelen organiseren die de gebruikers kunnen storen of die de stilte in deze ruimtes of de rust van de bezoekers kunnen storen.

Art. 85. Zonder de voorafgaande toelating van de bevoegde overheid mag geen enkel motorvoertuig de groene ruimtes betreden.

Dit verbod is niet van toepassing op voertuigen en dieren van de diensten van het gemeentebestuur, de politie, de hulpdiensten of de diensten die de toelating van de burgemeester hebben of die handelen in uitvoering van een overeenkomst met de gemeente.

Art. 86. Met uitzondering van de zones die hiervoor bestemd zijn, is het verboden de groene ruimtes te betreden met niet-gemotoriseerde voertuigen, fietsen, steppen, skateboards en rolschaatsen. Dit verbod is niet van toepassing op kinderwagens, rolstoelen en fietsen die met de hand voortgeduwd worden of die bereden worden door kinderen jonger dan 11 jaar en zolang het gebruik ervan de veiligheid van de andere bezoekers niet in gevaar brengt.

Art. 87. Het is verboden vuur te maken in de groene ruimtes, behalve op de plaatsen die speciaal daarvoor voorzien zijn.

Art. 88. Het is verboden in de groene ruimtes reclameborden of -affiches te plaatsen of gelijk welke andere commerciële reclamemiddelen te gebruiken zonder de toelating van het college van burgemeester en schepenen.

Art. 88bis. Honden van de rassen in de navolgende lijst worden niet toegelaten in de openbare parken en tuinen:

  • American Staffordshire Terrier;
  • English Terrier;
  • Pitbull Terrier;
  • Fila Braziliero;
  • Tosa Inu;
  • Akita Inu;
  • Dogo Argentino;
  • Bull Terrier;
  • Mastiff (alle origines);
  • Rhodesian Ridgeback;
  • Dog de Bordeaux;
  • Band Dog;
  • Rotweiller.

Art. 89. §1. Het is verboden om het even welk dier naar speelplaatsen mee te nemen.

§2. Behalve met de voorafgaande toelating van de bevoegde overheid is het verboden gevaarlijke dieren of omvangrijke voorwerpen naar de groene ruimtes mee te nemen.

§3. Onverminderd artikel 88bis moeten honden tijdens de volgende periodes altijd aan een korte leiband - maximaal 1,50 m van de halsband - gehouden worden:

  • van 1 april tot 30 september: van 10 tot 18 uur;
  • van 1 oktober tot 31 maart: van 10 tot 16 uur.

Behoudens andersluidende wettelijke bepaling mogen honden buiten de voormelde uren losgelaten worden op voorwaarde dat hun eigenaars of de personen die er het toezicht over hebben het dier in alle omstandigheden volledig en op de gepaste manier kunnen beheersen.

De gemeente is niet aansprakelijk voor schade van gelijk welke aard die het gevolg zou kunnen zijn van de al dan niet foutieve uitvoering van deze mogelijkheid.

§3bis. Personen die het toezicht of het zeggenschap hebben over dieren die toegelaten zijn in parken en tuinen zijn verplicht de uitwerpselen van het dier op de gepaste wijze op te ruimen in de groene ruimtes, met uitzondering van uitwerpselen die achtergelaten worden op de speciaal hiervoor ingerichte plaatsen (de "hondentoiletten").

§4. Het is verboden in de groene ruimtes gelijk welk voedsel voor zwerfdieren of duiven achter te laten, te leggen of te gooien.

Art. 89bis. Het is verboden te vissen zonder de voorafgaande toelating van het college van burgemeester en schepenen, op advies van de technische dienst van de groene ruimtes.

Het college van burgemeester en schepenen kan de administratieve schorsing of de administratieve intrekking van de toelating uitspreken als de houder de daaraan verbonden voorwaarden niet naleeft.

Art. 90. Behalve met de voorafgaande toelating van de burgemeester is het verboden in de groene ruimtes te kamperen in een tent of een voertuig.

Het college van burgemeester en schepenen kan de administratieve schorsing of de administratieve intrekking van de toelating uitspreken als de houder de daaraan verbonden voorwaarden niet naleeft.

Art. 91. Het is verboden de plaatsen die voor bepaalde spelen of sporten voorbehouden zijn te gebruiken voor andere spelen of sporten of voor andere doeleinden.

Art. 92. §1. Het is verboden, op welke manier dan ook, door eigen toedoen of door toedoen van personen, dieren of zaken waarover men de hoede of het toezicht heeft, de groene ruimtes vuil te maken. Het is verboden in de groene ruimtes papier of andere voorwerpen die deze plaatsen kunnen vuilmaken of versperren, neer te leggen, te gooien of achter te laten, tenzij in de daarvoor voorziene vuilnisbakken; in deze vuilnisbakken mogen geen zakken met huishoudelijk afval gegooid worden.

§2. Het is verboden het ijs op stilstaand water van de groene ruimtes te vervuilen door er voorwerpen, gelijk welke vloeistoffen of dode of levende dieren op te werpen of in te gieten.

§3. Het is verboden te baden in het water in de groene ruimtes of om er gelijk wat in te wassen of in onder te dompelen.

Art. 93. Het is verboden gelijk welke knoppen, bloemen of planten te verwijderen en om:

  • dood hout en andere materialen te verzamelen;
  • op breukstenen te klimmen en zich op de plaatsen te begeven die verboden zijn, aangegeven door borden.

Het is verboden bomen te verminken, te doen schudden of te ontschorsen, takken, bloemen of andere planten af te rukken of af te snijden, palen of andere voorwerpen ter bescherming van planten los te rukken, wegen en paden te beschadigen, zich te begeven in bloemperken en -tapijten, deze te vernietigen of te beschadigen en om in bomen te klimmen.

Het is verboden, op de plaatsen die toebehoren aan het openbaar domein, de Staat, het Gewest of aan de gemeente, zonder daartoe behoorlijk gemachtigd te zijn, planten, bloemen, graszoden, aarde, stenen of materialen weg te nemen.

Art. 94. §1. Behalve met de toelating is de toegang tot grasperken verboden voor alle personen, dieren en voertuigen.

§2. Grasperken die betreden mogen worden, zijn aangeduid door specifieke borden.

§3. De toegang tot grasperken gebeurt op de volledige verantwoordelijkheid van de gebruikers.

§4. Het college van burgemeester en schepenen kan, op advies van de technische dienst van de groene ruimtes, afwijken van het onderhavige artikel voor de organisatie van uitzonderlijke evenementen.

Art. 94bis. Het is verboden kinderen jonger dan 11 jaar zonder toezicht te laten.

Zonder de voorafgaande en schriftelijke toelating van het college van burgemeester en schepenen is het eveneens verboden:

  • in parken muziekuitvoeringen of andere voorstellingen te organiseren;
  • allerlei soorten ambulante handel uit te voeren of om het even welke producten uit te stallen of te verkopen.

Art. 95. Onverminderd de eventuele administratieve sanctie van het college van burgemees- ter en schepenen in de in het onderhavige hoofdstuk voorziene gevallen wordt ieder die de bepalingen van het onderhavige hoofdstuk overtreedt, bestraft met een administratieve boete van maximaal € 350.

De administratieve boete mag echter nooit hoger zijn dan 175 euro indien de feiten werden gepleegd door minderjarigen die op het ogenblik van de feiten de volle leeftijd van 14 jaar bereikt hebben.

Het politiepersoneel of de bewakers zullen langs de dichtstbijzijnde uitgang de personen verwijderen die in overtreding zijn met de voormelde bepalingen.

Onafhankelijk van de schadevergoedingen die voorzien zijn door het Burgerlijke Wetboek mag het gemeentebestuur het in orde brengen van de installaties (openbare terreinen, kleedkamers, speelpleinen, parken en tuinen) uitvoeren op kosten en op risico van de overtreder.

Hoofdstuk 7 - Dieren

Art. 96. §1. Het is verboden op de openbare weg en in galerijen en doorgangen op privégrond die voor het publiek toegankelijk zijn om:

1. eender welk dier te laten rondzwerven; rondzwervende dieren dienen geplaatst te worden overeenkomstig artikel 9 van de wet van 14 augustus 1986 betreffende de bescherming en het welzijn van dieren;

2. dieren achter te laten in een geparkeerd voertuig als dit een gevaar of ongemak kan opleveren voor personen of voor de dieren zelf; deze bepaling is eveneens van toepassing in openbare parkings en in op private grond gelegen parkings die voor het publiek toegankelijk zijn;

3. dieren bij zich te hebben die niet in toom gehouden kunnen worden met de gepaste middelen; deze moeten minstens met een korte leiband - maximaal 1,50 m van de halsband - vastgehouden worden; deze bepaling is eveneens van toepassing op voor het publiek toegankelijke plaatsen, gelegen op privégrond;

4. vergezeld te zijn van een agressief dier;

4bis. één of meerdere honden bij zich te hebben van de rassen die in de navolgende lijst vermeld zijn indien ze geen muilkorf dragen en niet door middel van een korte leiband - maximaal 1,50 m van de halsband - vastgehouden worden;

  • American Staffordshire Terrier;
  • English Terrier;
  • Pitbull Terrier;
  • Fila Braziliero;
  • Tosa Inu;
  • Akita Inu;
  • Dogo Argentino;
  • Bull Terrier;
  • Mastiff (alle origines);
  • Rhodesian Ridgeback;
  • Dog de Bordeaux;
  • Band Dog;
  • Rotweiller.

5. dieren bij zich te hebben waarvan het aantal, het gedrag of de gezondheidstoestand de openbare veiligheid of gezondheid in gevaar zou kunnen brengen.

6. zijn hond aan te sporen om aan te vallen of agressief te worden, of om hem voorbijgangers, dieren of voertuigen te laten of doen aanvallen of achtervolgen, ook al heeft dit geen enkele schade met zich meegebracht.

§2. Bij agressief gedrag van een hond kan de burgemeester de verplichting opleggen een opleidingscursus te volgen in een gespecialiseerd centrum of een gedragstherapie bij een dierenarts en/of de toegang tot de openbare weg verbieden en/of verplichten een muilkorf te dragen.

Honden die een levensgevaar of gevaar voor de fysieke integriteit van personen en de veiligheid van goederen betekenen, kunnen in de voor het publiek toegankelijke plaatsen aan het vrije bezit van de eigenaar, de bezitter of de houder onttrokken worden door een politieambtenaar om de openbare rust en veiligheid te kunnen waarborgen.

Wanneer een hond verwondingen of de dood heeft veroorzaakt, behalve in het geval van wettige zelfverdediging, kan de burgemeester bovenop de maatregelen in punt 1 tot 3 verplichten dat het dier op kosten van zijn eigenaar ondergebracht wordt in een erkend dierenasiel. Hij kan eveneens de euthanasie van de hond bevelen.

Art. 97. Behalve met de voorafgaande toelating is het verboden dieren in de openbare ruimte af te richten.

Deze bepaling is niet van toepassing op de africhting van dieren door de politiediensten.

Art. 98. Hondengevechten zijn verboden.

Art. 99. De eigenaars van dieren of de personen die er bij gelegenheid zelf de hoede over dragen, dienen erover te waken dat deze dieren:

  • het publiek op geen enkele manier storen;
  • planten of andere voorwerpen in de openbare ruimte niet beschadigen;
  • geen nadeel berokkenen aan dieren die aan anderen toebehoren.

Art. 100. §1. De personen die het toezicht of het zeggenschap hebben over een hond, moeten de uitwerpselen ervan op de gepaste wijze opruimen in de openbare ruimte, met inbegrip van squares, parken, groene ruimtes van de straten en openbare tuinen, met uitzondering van uitwerpselen die achtergelaten worden op de speciaal hiervoor ingerichte plaatsen (de "hondentoiletten"). De meester of hoeder van het dier moet bovendien steeds een zakje of een gelijkaardig voorwerp bij zich hebben om de uitwerpselen in vuilnisbakken te kunnen gooien langs de openbare weg of op de plaats waar het dier wordt uitgelaten. Dit zakje of gelijkaardig voorwerp moet op vraag van een gemachtigde persoon of de politie getoond worden.

Om de uitwerpselen van hun hond op te ruimen moeten deze personen in het bezit zijn van: - een geschikt zakje, desgevallend ter beschikking gesteld door het gemeentebestuur; - of een gelijkaardig voorwerp.

Zakjes of gelijkaardige voorwerpen met uitwerpselen mogen enkel in de openbare vuilnisbakken achtergelaten worden.

§2. Ieder die de bovenvermelde bepalingen heeft overtreden, moet onmiddellijk zorgen voor de schoonmaak. Zo niet zal de gemeente dit doen op kosten en op risico van de overtreder.

Art. 101. Het is verboden op de openbare ruimte voertuigen en andere machines te laten bewaken door honden, zelfs indien deze vastgebonden zijn of zich in wagens bevinden.

Art. 102. Het is verboden dieren mee te brengen in de voor het publiek toegankelijke plaat- sen waar de toegang voor dieren verboden is door een intern reglement dat aan de ingang ophangt of door opschriften en pictogrammen, onverminderd de wettelijke en reglementaire bepalingen betreffende de hygiëne van plaatsen en personen in de voedingssector.

Art. 102bis. Handelingen voor de ontsmetting en verdelging van insecten en ratten worden uitgevoerd door gespecialiseerde en/of officiële diensten.

Particulieren die deze handelingen wensen uit te voeren, mogen dit enkel doen met behulp van de producten die tijdens deze handelingen ter beschikking worden gesteld.

De lokalen waarin de hierboven handelingen uitgevoerd zullen worden, moeten volledig afgedicht worden.

Art. 103. Eigenaars zijn verplicht wespen- en bijennesten te laten verwijderen.

Een dergelijke maatregel geldt eveneens voor gelijk welke ongecontroleerde nestvorming die de bewoners zou kunnen hinderen.

Bij gebrek hieraan zal de verwijdering ambtshalve door de bevoegde overheid gebeuren op kosten en op risico van de overtreder.

Art. 103bis. Het is verboden in de openbare ruimte, met inbegrip van openbare tuinen, gelijk welk voedsel voor zwerfdieren of vogels achter te laten, neer te leggen of te gooien, met uitzondering van voedsel voor vogels bij vriestemperaturen, voor zover dit de gezondheid of de rust van de buurt niet in gevaar kan brengen.

Art. 103ter. De eigenaars, beheerders of huurders van gebouwen moeten de plaatsen waar rondzwervende dieren of duiven zich kunnen nestelen, permanent afschermen en vuile gebouwen laten schoonmaken en ontsmetten.

Art. 104. Onverminderd de eventuele administratieve sanctie van het college van burgemeester en schepenen in de in het onderhavige hoofdstuk voorziene gevallen wordt ieder die de bepalingen van het onderhavige hoofdstuk overtreedt, bestraft met een administratieve boete van maximaal € 350.

De administratieve boete mag echter nooit hoger zijn dan 175 euro indien de feiten werden gepleegd door minderjarigen die op het ogenblik van de feiten de volle leeftijd van 14 jaar bereikt hebben.

Hoofdstuk 8 - Gemengde inbreuken betreffende stilstaan en parkeren

Art. 105. Elke persoon die een inbreuk heeft gepleegd zoals bedoeld in artikel 3, 3° van de wet van 24 juni 2013 (PDF) betreffende de gemeentelijke administratieve sancties, zal bestraft worden met een administratieve geldboete volgens de modaliteiten bepaald in het koninklijk besluit van 9 maart 2014 (PDF).

Hoofdstuk 8bis - Gemengde inbreuken andere dan betreffende stilstaan en parkeren

Art. 106. Het is verboden grafstenen en monumenten te vernielen of te beschadigen.

Art. 107. Het is verboden tags en graffiti aan te brengen of roerende en onroerende goederen.

Art. 108. Het is verboden onroerende goederen van anderen vrijwillig te beschadigen.

Art. 109. Het is verboden bomen te vernielen.

Art. 110. Het is verboden stedelijke of landelijke omheiningen, van welk materiaal deze ook gemaakt zijn, te beschadigen en te vernielen. Dit verbod is eveneens van toepassing op hoekbomen.

Art. 111. Het is verboden roerende eigendommen van anderen vrijwillig te beschadigen of te vernielen.

Art. 112. Het is verboden nachtrumoer of -lawaai te veroorzaken die de openbare rust kan verstoren.

Art. 113. Overeenkomstig artikel 563bis van het Strafwetboek is het verboden zich ver- momd op de openbare weg of in de voor het publiek toegankelijke plaatsen te begeven, uitgezonderd:

  • op Vastenavond, de zondag die eraan voorafgaat, de zondag die erop volgt en de zondag van halfvasten;
  • de deelnemers van toegelaten historische, folkloristische of carnavaleske optochten;
  • optochten en festiviteiten rond the thema Halloween die op voorhand door de bevoegde overheid werden toegelaten;
  • de gemaskerde, vermomde of verklede bals, toegelaten door de bevoegde overheid.

Art. 114. Het is verboden te beledigen.

Art. 115. Het is verboden wagens, rijtuigen en motorvoertuigen te vernielen.

Art. 116. Het is verboden vrijwillig slagen en verwondingen toe te brengen.

Art. 117. Het is verboden feitelijkheden en lichte gewelddaden te plegen.

Art. 118. Het is verboden kleine diefstallen te plegen.

Art. 119. Ieder die de bepalingen van het onderhavige artikel overtreedt, zal bestraft worden met een administratieve boete van maximaal € 350.

De administratieve boete mag echter nooit hoger zijn dan 175 euro indien de feiten werden gepleegd door minderjarigen die op het ogenblik van de feiten de volle leeftijd van 14 jaar bereikt hebben.

Hoofdstuk 9 - Uitvoering en sancties van burgerrechtelijke bepalingen

Art. 120. De verhuurder of de mandataris van de verhuurder die in elke openbare of officiële mededeling inzake de verhuring van een goed - met de bestemming huisvesting in ruime zin - het bedrag van de gevraagde huur of van de huurlasten niet vermeldt, kan overeenkomstig artikel 1716 van het Strafwetboek een administratieve boete opgelegd krijgen van € 50 tot € 200.

Hoofdstuk 10 - Plaatsverbod

Art. 121. Ieder die een tijdelijk plaatsverbod, opgelegd door de burgemeester op basis van artikel 134 sexies van de nieuwe gemeentewet, negeert, zal bestraft worden met een administratieve boete van maximaal € 350. De administratieve boete mag echter nooit hoger zijn dan 175 euro indien de feiten werden gepleegd door minderjarigen die op het ogenblik van de feiten de volle leeftijd van 14 jaar bereikt hebben.

Hoofdstuk 11 - Ambulante handel, kermissen en foren

Art. 122. De uitoefening van ambulante handel of een kermisattractie is onderworpen aan de voorafgaande toelating van de burgemeester.

De toelatingsaanvragen moeten per aangetekende brief via de post opgestuurd worden naar de gemeente.

Indien de betrokkene zich niet aan de voorgeschreven voorwaarden houdt, kan het college van burgemeester en schepenen de administratieve schorsing of de administratieve intrekking van de toelating uitspreken.

Bij de uitoefening van zijn activiteit moet de betrokkene in het bezit zijn van de toelating en deze voorleggen bij elk verzoek van de politie.

Art. 123. Ambulante handelaars mogen de openbare veiligheid en de vlotte doorgang, de openbare rust en de openbare gezondheid niet in gevaar brengen.

Hun installaties moeten van een vuilnisbak voorzien zijn waarin klanten afval van papier en verpakkingen kunnen gooien.

Degenen die hun activiteiten met een auto uitoefenen, mogen hun verplaatsingen niet beperken tot één enkele weg, noch steeds naar dezelfde plaatsen terugkeren.

Art. 124. §1. Het is verboden:

  1. een kermis te organiseren of een kermisattractie uit te baten op een voor het publiek toe- gankelijk privéterrein zonder de voorafgaande toelating van het college van burgemeester en schepenen;
  2. een kermisattractie te installeren of de installatie ervan te behouden buiten de plaatsen en data voor elke kermis of foor zoals voorzien in het daarbij horend bestek of door het college van burgemeester en schepenen en eveneens in de gevallen waarbij deze laatste de intrekking van de concessie of de toelating beveelt;
  3. voor de uitbaters om hun installaties elders te plaatsen dan op de standplaatsen die het bestuur heeft aangewezen.

Kermisattracties en voertuigen, geplaatst in overtreding met de onderhavige bepaling, moeten verplaatst worden bij het eerste verzoek van de politie. Bij gebrek hieraan zal het bestuur deze verplaatsen op kosten en op risico van de overtreder.

§2. In geval van inbreuk op het onderhavige artikel kan het college van burgemeester en schepenen overgaan tot de administratieve schorsing of de administratieve intrekking van de toelating die eventueel werd afgeleverd.

Art. 125. Onverminderd de eventuele administratieve sanctie van het college van burgemeester en schepenen in de in het onderhavige hoofdstuk voorziene gevallen wordt ieder die de bepalingen van het onderhavige hoofdstuk overtreedt, bestraft met een administratieve boete van maximaal € 350.

De administratieve boete mag echter nooit hoger zijn dan 175 euro indien de feiten werden gepleegd door minderjarigen die op het ogenblik van de feiten de volle leeftijd van 14 jaar bereikt hebben.

Hoofdstuk 12 - Eindbepaling

Art. 126. De bepalingen in het onderhavige reglement zijn van toepassing, onverminderd de verplichting om zich te kwijten van heffingen en andere plaatselijke retributies die krachtens een beraadslaging van de gemeenteraad geheven werden.

Het onderhavige reglement werd bekendgemaakt overeenkomstig de bepalingen van artikel 112 van de nieuwe gemeentewet en is van kracht sedert 23 maart 2015. De inbreuken die voor deze datum gepleegd werden, blijven onderworpen aan de bepalingen van het algemeen politiereglement van 30 januari 2014.

Op bevel:

De gemeentesecretaris,
Laurence VAINSEL

Het College,
Armand DE DECKER,
Burgemeester

 

Document acties

Opgelet!!!

De kantoren van het gemeentebestuur zijn gesloten op woensdag 1 november en donderdag 2 november 2017.

Lopende wegwerkzaamheden

Agenda

 

« oktober 2017 »
oktober
MaDiWoDoVrZaZo
1
2345678
9101112131415
16171819202122
23242526272829
3031
Agenda
Cultuur - GEMEENTELIJKE KUNSTWEDSTRIJD 20-10-2017 - 22-10-2017 — Cultureel centrum - Rodestraat, 47
Sint-Hubertusviering in het openluchttheater van het Wolvendaelpark 22-10-2017 15:00 - 17:00 — Openluchttheater van het Wolvendaelpark
Halloweenstoet 27-10-2017 18:00 - 20:30 — Jean Vander Elstplein
Ciné Dimanche : Là-Haut 12-11-2017 14:30 - 16:30 — Espace 1180
Aankomende agenda-items...

 

Kaart met duurzame middelen

Agenda 21

Energieloket